U GEBRUIKT EEN VEROUDERDE BROWSER

U staat op het punt de website Eureka te bezoeken, een bijzonder samenwerkingsverband van Eindhovens Dagblad, Omroep Brabant en Studio040 rond het thema uitvinden en innoveren in Brabant. U maakt gebruik van een verouderde browser die de website niet ondersteunt.

Werk uw browser bij
Om deze website te kunnen bekijken, werkt u uw browser bij naar Internet Explorer 9 of kiest u voor een alternatieve browser zoals Google Chrome of Mozilla Firefox.

Onze excuses voor het ongemak.
 
1976-1980

INTRODUCTIE VAN DE SPAARLAMP

• 1979Eind jaren zeventig/begin jaren tachtig: oorsprong van het I2C-bus-systeem, ontwikkelt door Herman Schutte in de ontwikkellaboratoria van de halfgeleiderdivisie (nu NXP). Een systeem waarmee via slechts twee verbindingsdraden verschillende IC's gegevens uitwisselen.
• 1980Introductie van de spaarlamp. Philips start als eerste met de massaproductie van de compacte fluorescentielamp met schroeffitting.
 Mijn Philips: een dodelijke stof in een broodtrommeltje
 Mijn Philips: Philips als super-ambachtsschool
 Mijn Philips: de lamp die altijd brandde
 
 
 
^ top

RECLAME VOOR DE SPAARLAMP, 1986

De volgende bijdrage is afkomstig van Philips Company Archives

 

SL-LAMPEN MET VERPAKKING, 1980

De volgende bijdrage is afkomstig van Philips Company Archives

 

^ top
 
 
^ top
 

MIJN PHILIPS: EEN DODELIJKE STOF IN EEN BROODTROMMELTJE

Eindhovenaar Hans van der Heijde (62) heeft gemengde gevoelens over zijn 33 jaar bij Philips. Op de Mijn Philipsdag in het Philips museum wilde hij er best over vertellen.
 
 
"De eerste 25 van de in totaal 33 jaar heb ik met plezier en voldoening gewerkt bij Philips", begint Hans van der Heijde uit Eindhoven zijn verhaal. "Maar de laatste jaren voor mijn ontslag waren niet leuk."

Van der Heijde heeft voor zijn werkgever de hele aardbol rondgereisd en is betrokken geweest bij diverse belangrijke projecten. "Soms denk ik met enige trots: dáár ben ik ook bij geweest", zegt hij.

Zoon van Philipswerknemer
Als zoon van een Philipswerknemer - zijn nu 98 ­jarige vader werkte er 42 jaar - was het bijna vanzelfsprekend dat hij ook bij Philips aan de slag ging. "Ik ging naar de Philipsbedrijfsschool en kreeg op mijn veertiende mijn eerste arbeidscontract. Als gas­ en waterfitter. Na een onderbreking vanwege militaire dienst ben ik na een aantal vervolgopleidingen in 1976 als fijn-instrumentmaker aan de slag gegaan in het NatLab. Op de glastechnische afdeling waar ze onder meer werkten aan de ontwikkeling van de laser, monokristallijne technologie en het verder ontwikkelen van chips."

Thulium
Maar Van der Heijde werkte ook aan het verbeteren van de cd-technologie. Zodat de cd-schijfjes meer dan één keer konden worden gebruikt, bijvoorbeeld.
Van der Heijde: "Een ingenieur dacht dat thulium misschien de oplossing was. Eind jaren zeventig was hij bij een congres in Engeland geweest. Hij kwam terug op onze afdeling op het werk, opende zijn oude boekentas en haalde zijn broodtrommeltje er uit. Maar in het trommeltje zat geen lunch, maar een slordig verpakte staaf thulium. Hij vroeg of wij die in flinterdunne schijfjes konden snijden. Want volgens hem was thulium dé oplossing om cd's re-writeable te maken. Gelukkig zocht iemand eerst op wat dat thulium nou eigenlijk was. Nou, een zeer giftige stof dus. Een tiende gram kon al dodelijk zijn."

Ontslag
Van der Heijde vertelt dat vervolgens besloten werd de afdeling te verbouwen zodat het dodelijke thulium veilig kon worden bewerkt. En dat daarna bleek dat de stof toch niet de gehoopte oplossing was. Bij het faillissement van LG Philips werd Hans van der Heijde in 2006 ontslagen. Hij was toen 54 jaar. Een rotperiode brak aan. "Ik heb veel aanvaringen met mijn chefs gehad en ik vind nog steeds dat Philips toen flink tekort is geschoten. Het enige goede uit die periode was mijn ontslagregeling."
Sinds vorig jaar is Van der Heijde vrijwilliger in het Philips Museum. En dat schenkt hem veel voldoening: "Omdat ik mijn kennis nu kan delen met bezoekers."
 

^ top
 
 
^ top
 

MIJN PHILIPS: PHILIPS ALS SUPER-AMBACHTSSCHOOL

Philips wordt vaak geassocieerd met hightech en innovatie. Maar Philips was ook jarenlang een soort super-ambachtschool. En voor veel Philipsjongens uit 'gewone' gezinnen een geweldige opstart naar een mooie loopbaan.
 
 
Wim Luiten (81) uit Eindhoven is speciaal naar de Mijn Philips-dag gekomen om aandacht te vragen voor Het Ambacht. Jazeker, met hoofdletters. Want naast alle hightech en innovatie en andere 'sophisticated' Philips prestaties, bracht het bedrijf 'Het Ambacht' op een hoger plan. "Nou en of, er was een heus leerling-gezel-meester stelsel binnen Philips. En als je op de Jongens Nijverheids Opleiding van Philips kwam, dan was je kostje gekocht hoor."

Ingenieur wetenschappelijk medewerker
Luiten werkte zelf 22 jaar in het Natlab. Hij was als ingenieur wetenschappelijk medewerker en hield zich bezig met harde magnetische materialen. Hij was ook nog hoofd van de ateliers bij het Natlab. Maar wat bedacht werd door de knappe koppen en uitvinders van het Natlab, moest natuurlijk wel gemaakt kunnen worden. Anders had je er niks aan.
Misschien vindt Luitens liefde voor het ambacht daarin wel zijn oorsprong. Het bracht hem in ieder geval onder meer naar het voorzitterschap van de Stichting Glastechniek. Luiten vertelt over een van die technieken: die van het glasinstrument-maken. "En dat is nog eens wat anders hoor dan die Spielerei van het glazen poppetjes maken." Wat er dan van glas gemaakt werd? Bijvoorbeeld: dewar-vaten, koelers, retorten en destillatiekolommen. Die waren allemaal nodig bij het wetenschappelijk en toegepast fysisch en chemisch onderzoek. En waarom glas? Nou, omdat het transparant, elektrisch isolerend, gasdicht en tegen vele stoffen bestand is.

Het hele instrument maken
Luiten legt uit dat de glasinstrumentmaker het hele instrument maakte en niet slechts - zoals bij mechanische instrumentmakers het geval was - een onderdeel. "Vroeg de onderzoeker om een destilleerkolom met een bepaalde capaciteit, dan ging de instrumentmaker aan de slag om na een paar dagen het complete apparaat te leveren."

Zoals dat wel vaker is gegaan met ambachten, verdween ook dat van de glasinstrument-maker. Na een jaar of tien werd die overbodig door de uitvinding van de halfgeleiders. Daar kon geen glas tegenop.

Precisie-gieten is een heel ander verhaal
Een ander ambacht was dat van het precisie-gieten, vertelt Luiten. Dat vond plaats in Almelo, bij de Philips-metaalgieterij Cirex. Een gietmethode volgens het 'verloren was procedé'. Een techniek, bedacht door de oude Egyptenaren.

Maar dat is weer een heel ander verhaal.
 

^ top
 
 
^ top
 

MIJN PHILIPS: DE LAMP DIE ALTIJD BRANDDE

Peter Wouters (65) was een van de vele Philips-mensen die aan de wieg stonden van een bijzonder product. In zijn geval misschien wel té bijzonder: een lamp die nooit stuk zou gaan. De lamp kwam echter nooit in productie.
 
 
Peter Wouters uit Best is samen met zijn partner naar de Mijn Philipsdag gekomen. Allebei hebben ze spulletjes onder de arm. Het ene moet volgens Wouters de Philips-uitvinding van de eeuw worden: de Plumbicon-buis. Het is de televisie-opneembuis, door Philips in de jaren '50 ontwikkeld en in de jaren '60 wereldwijd toegepast. Omdat de buis voorzien is van een fotogeleidende laag van opgedampt loodmonoxyde werd de naam Plumbicon bedacht.

Een mooi detail is dat Wouters werkte bij het bedrijf dat de Plumbicon uitvond en zijn partner in de televisiestudio's in Hilversum waar de buis natuurlijk volop in bedrijf was.

In de tien jaar dat de buis in gebruik was (95 procent marktaandeel!) werd er goud geld aan verdiend. Volgens Wouters was geen enkel elektronisch onderdeel ter wereld zo'n financieel en kwalitatief succes als de in Eindhoven bedachte Plumbicon.

Maar dan het andere product. Hij tovert het zo'n beetje uit zijn mouw tevoorschijn: een gloeilamp, iets robuuster dan de klassieke die we allemaal kennen en dan met zwarte lijntjes er omheen. Dan pakt hij een ingeklapt statief en hij schuift het uit. Bovenin blijkt een fitting te zitten, onderin een snoer met stekker. De lamp, toch al zo'n 35 jaar oud, aldus Wouters, wordt er in gezet, de stekker gaat in het stopcontact. En zie: daar is licht. Overweldigend licht zelfs. Helder en toch niet hard van kleur. "En deze lamp gaat nooit stuk", benadrukt Wouters.

De volledige geschiedenis van deze uitvinding (want dat is het) en de technische toelichting erop zijn te breed voor dit stukje. Maar niet geheel zonder (terechte) trots vertelt Peter Wouters over zijn aandeel en dat van collega Denneman in het procedé dat leidde tot deze bijzondere lamp. De twee waren er namelijk van overtuigd dat het mogelijk moest zijn een energiezuinige gloeilamp vervanger te maken. Ze waren zelfs zo zeker van hun zaak dat ze er min of meer 'illegaal mee aan het knutselen' gingen.

"In het begin vond Philips het allemaal maar onzin. We kregen er geen tijd voor, geen hulp en geen budget." Later werd het project toch omarmd en ook tot een goed einde gebracht. In feite kwam het er op neer dat de tl-buis opgerold in een gloeilampbol werd gepropt. En dat klinkt vele malen makkelijker dan het technisch gezien is.

Toch kwam de lamp niet in productie als consumentenproduct. Volgens Wouters omdat de SL- en PL-lampenfabrieken eerst terugverdiend moesten worden. En later was het de led-lamp die de klassieke gloeilamp ging vervangen. Een groter broertje van de 'inductielamp' werd nog wel (beperkt) geproduceerd. Voor onhandig hoge plaatsen in kerken en pleinen. Omdat de lamp niet stuk gaat.
 

^ top