U GEBRUIKT EEN VEROUDERDE BROWSER

U staat op het punt de website Eureka te bezoeken, een bijzonder samenwerkingsverband van Eindhovens Dagblad, Omroep Brabant en Studio040 rond het thema uitvinden en innoveren in Brabant. U maakt gebruik van een verouderde browser die de website niet ondersteunt.

Werk uw browser bij
Om deze website te kunnen bekijken, werkt u uw browser bij naar Internet Explorer 9 of kiest u voor een alternatieve browser zoals Google Chrome of Mozilla Firefox.

Onze excuses voor het ongemak.
 
1956-1960

PLUMBICON: DOORBRAAK IN CAMERATECHNIEK

• 1956Dick Raaijmakers krijgt de opdracht om elektronische muziek te componeren.
• 1960Het aantal werknemers stijgt naar 211.000, van wie 75.000 in Nederland en 30.000 in Eindhoven.
• 1960Philips bereikt een doorbraak in de cameratechniek met de Plumbicon (één van de belangrijkste naoorlogse ontwikkelingen).
 Mijn Philips: de Philips Mignon pickup van opa
 Mijn Philips: het bleek toch geen plumbicon
 
 
 
^ top
 

BLIEPJES UIT HET NATLAB DOOR DICK RAAIJMAKERS, PIONIER IN ELEKTRONISCHE MUZIEK

Het Instituut voor Sonologie in Den Haag presenteerde in 2004 vier cd's in luxe box uit de vaderlandse pré-historie van de elektronische muziek. Die speelde zich voornamelijk af in Eindhoven, waar het NatLab van Philips ten dienste stond van componisten als Henk Badings, Ton de Leeuw en Tom Dissevelt. En waar technisch assistent Dick Raaijmakers zo zijn eigen dromen had.
 
 
Een zaterdag in 1960. Bij het Philips NatLab heerst een serene rust, want op zaterdag wordt er niet gewerkt. Een uitgelezen moment voor Dick Raaijmakers, technisch assistent in de studio voor elektronische muziek, om op zijn afdeling stiekem te gaan experimenteren. Raaijmakers wil nog nooit gehoorde geluiden opnemen. Misschien kan er - na wat manipulaties met bandrecorders - wel mooie muziek mee gemaakt worden.
Op zijn werkplek installeert de gedreven onderzoeker opnameapparatuur, graait hamers, tangen en schroevendraaiers bijeen en gaat als een razende tekeer op de snaren van de piano. Zijn inspanningen leveren de bijna vijf minuten durende compositie 'Pianoforte' op en die zaterdag wordt in het NatLab de 'action music' geboren. 'Als mijn baas mij bezig had gezien, had hij me voor gek verklaard', zou Raaijmakers later zeggen.

Schemergebied tussen muziek en techniek
Dick Raaijmakers was een afgestudeerde conservatoriumpianist uit Eindhoven en werkte sinds 1953 bij Philips. Bij zijn komst had hij al iets willen doen in het schemergebied tussen muziek en techniek, maar het werk dat hij ambieerde bestond nog niet. En dus zat Raaijmakers in zijn eerste Philips-jaren aan de lopende band radio's te assembleren.
Zijn ambities waren wel bekend bij een oom, die hem op een gelukkig moment - begin 1956 - introduceerde bij radiopionier ir. Roelof Vermeulen, die de leiding had over het akoestisch laboratorium in het NatLab. Vermeulen bleek Dick Raaijmakers te kunnen plaatsen als technisch assistent in een splinternieuwe studio voor elektronische muziek.
Deze studio werd in 1956 speciaal ingericht voor componist Henk Badings (1907-1987) die in 1954 'Orestes' had vervaardigd, de eerste elektronische compositie in de Nederlandse muziekgeschiedenis. Beperkt revolutionair, want in het buitenland hadden onder anderen Stockhausen en Varèse al heel wat avant-gardistische piepjes en bliepjes op hun naam staan. Badings mocht voor het Holland Festival 1956 een elektronische score componeren bij de dansproductie 'Kaïn en Abel'. De eigen studio die hij daarvoor nodig had vond hij in het Philips NatLab. Ir. Roelof Vermeulen leverde niet alleen de oscillators, modulators en vooral bandrecorders, maar ook de ondersteunende bemanning. In die dagen kon er nog iets bij Philips!

Wereldwijd op 900 radiostations
Badings' Kaïn en Abel-muziek werd een doorslaand succes, mede omdat ze wereldwijd door 900 radiostations werd uitgezonden. Logisch dat de componist vervolgens omkwam in de opdrachten. Voor het NatLab zat er niets anders op dan de studio voor elektronische muziek nog maar even open te houden.
In de daarop volgende jaren zouden er opmerkelijke en baanbrekende muziekstukken ontstaan, niet alleen van Henk Badings, maar ook van Ton de Leeuw, Tom Dissevelt, Rudolf Escher en... tweede assistent Dick Raaijmakers.
De grootste toonkunstenaar die in de studio werkte was de visionaire componist Edgard Varèse (1883-1965). Deze vervaardigde er speciaal voor het Philips-paviljoen op de Wereldexpo 1958 in Brussel zijn acht minuten durend meesterwerk 'Poème Electronique'. In het door Le Corbusier en Xenaxis gebouwde paviljoen werd deze compositie gereproduceerd door meer dan 400 luidsprekers. Met spectaculair beeld en geluid erbij - de andere pijlers van Philips - bouwde Varèse de eerste multimedia-show ter wereld. Meer dan een miljoen (!) mensen kwamen er zich tijdens de expositiemaanden aan vergapen.
Prachtig voor het prestige van Philips, maar van generositeit voor de Grote Kunsten kon het elektronicaconcern niet eten. Er moest aan al dat geëxperimenteer met geluid ook verdiend kunnen worden. Vermeulen vond daarom dat er ook populaire elektronische muziek gemaakt moest worden. Niet alleen zware stukken met geruis en gebruis maar ook lekker in het gehoor liggende deuntjes.

Luister naar: Early Dutch electronic music from Philips Research Laboratories
 
Baltan en Dissevelt
Hij had zijn populaire muziek gemakkelijk bij een componist van naam en faam kunnen bestellen, maar om onduidelijke redenen benaderde hij - in 1957 - Dick Raaijmakers, de toen nog anonieme studio-assistent. In vruchtbaarder aarde had het idee niet kunnen vallen.
Raaijmakers' eerste poging resulteerde in de 'Song of the Second Moon', een spannend en toch toegankelijk werkje van bijna drie minuten. De titel was goed gekozen, want de wereld was in de ban van de Russische Spoetnik, de eerste kunstmaan. Voor de B-kant - Philips dacht in singletjes - arrangeerde hij Kenneth Akford's 'Colonel Bogey', ofwel de in die dagen razend populaire River Kwai-mars. Juist met dat nummer bewees Raaijmakers, dat met elektronika ook 'gewone' muziek te maken was.
De studio-assistent mocht zijn tapes onder het pseudoniem Kid Baltan (draai 't om en je krijgt NatLab-Dik) naar Phonogram sturen en deze Philipsdochter perste er 2000 singletjes van. Ze zouden de winkelschappen nooit bereiken omdat de rechthebbende weduwe Akford een elektronische versie van Colonel Bogey niet zag zitten. Zo kreeg Raaijmakers althans te horen. Desondanks besloot Philips het experimentele singletje te houden en weg te geven als relatiegeschenk. Zo gingen Raaijmakers' eerste composities toch nog de wereld over, zij het via een uiterst select publiek.
 
 
Cultuurprijs
Dick Raaijmakers had nu bewezen dat hij goed was in het produceren van elektronisch geluid, maar een componistenstatus had hij nog niet. In de verdere speurtocht naar populaire elektronische muziek strikte Roelof Vermeulen jazz-musicus Tom Dissevelt (1921-1989), bassist van The Skymasters en bekend arrangeur. Ook hij kreeg Dick Raaijmakers toegewezen als technisch hulpje. Deze was daar niet echt gelukkig mee: 'Het voelde alsof ik bij Vermeulen was gezakt voor een examen,' zei hij.
Toch stelde Raaijmakers zich coöperatief op, want Dissevelt was een aimabele vent, met wie goed viel samen te werken. Tussen 1958 en 1963 leverde Dissevelt belangwekkende elektronische werken af. Maar het grote publiek wist de jazzmusicus er niet mee te bereiken.
Dick Raaijmakers nestelde zich intussen met eigen werkstukken en onder eigen naam in de avant garde van de elektronische muziek. In 1959 won hij in Eindhoven een cultuurprijs voor 'Tweeklank' en in 1960 vervaardigde hij 'Achter de schermen' en 'Fuel for the future', elektronische muziekstukken voor Philips-promotiefilms.
Een en ander betekende niet dat elektronische muziek ineens gemeengoed was. Philips kon daar ook niet meer op wachten. In 1960 bracht het concern de studio voor elektronische muziek onder in een joint venture met de Utrechtse universiteit. Dick Raaijmakers verhuisde mee naar de domstad. Niet voor lang echter, want in 1963 was hij zijn assistentenstatus beu en bouwde hij samen met Jan Boerman een eigen studio in Den Haag. Daar liet hij in 1965 mogelijke wereldroem aan zich voorbij gaan, toen hij een aanbod afsloeg van Stanley Kubrick om een elektronische filmscore te maken voor de film '2001: A Space Odyssey'. 'Mijn muziek is daar niet zo geschikt voor', had hij gezegd, 'die past beter bij muziektheater...'
Raaijmakers' Haagse studio werd in 1966 ingelijfd door het Koninklijke Conservatorium en weer twintig jaar later weer samengevoegd met de ook naar Den Haag verhuisde Utrechtse studio. Beide studio's werden ondergebracht in het Instituut voor Sonologie, waaraan Dick Raaijmakers - conservatoriumdocent intussen - tot aan zijn pensionering in de jaren '90 verbonden bleef.

Een kwarteeuw te vroeg
In de loop der jaren maakte hij inderdaad furore met muziektheaterscores, maar ook met tal van andere composities. Raaijmakers behaalde daarvoor diverse prijzen. Zijn beste werk maakte hij naar eigen zeggen eind jaren zestig: 'Chairman Mao is Our Guide'. Hij speelde dat maar één enkele keer en wel tijdens een grote Vietnamdemonstratie in Amsterdam. Action-music in een dubbele betekenis dus. Daarna vernietigde hij de vastgelegde geluiden. 'Omdat ik nooit meer zo'n stuk zou kunnen componeren', verklaarde hij achteraf.
Het grote publiek voor elektronische muziek waar Philips eind jaren vijftig naar haakte, werd uiteindelijk pas medio jaren zeventig aangeboord in de popmuziek. Daar brachten de intussen ontwikkelde synthesizers van Moog, Korg en Yamaha - nìet van Philips - millionsellers voort als Mike Oldfield, Tomita, Kraftwerk, Klaus Schulze, Vangelis en Jean Michel Jarre. Frappant overigens hoezeer 'Arpegiator' (1982) van Jarre lijkt op 'Song of the Second Moon' (1957) van Kid Baltan. Het belangrijkste verschil is het jaartal!
Achteraf gezien was Dick - Kid Baltan - Raaijmakers gewoon een kwart-eeuw te vroeg met zijn elektronische deuntjes.
 

^ top
 
 
^ top

PROFESSIONELE TV-CAMERA VIA PLUMBICON, 1965

De volgende bijdrage is afkomstig van Philips Company Archives

 

PROEVEN MET DE FABRICAGE VAN PLUMBICON, 1966

De volgende bijdrage is afkomstig van Philips Company Archives

 

PLUMBICON-OPNAMEBUIS, 1962

De volgende bijdrage is afkomstig van Philips Company Archives

 

^ top
 
 
^ top
 

MIJN PHILIPS: DE PHILIPS MIGNON PICKUP VAN OPA

De vijftigers Cees en Nellie van Tilburg uit Oosterhout liepen op de Mijn Philipsdag binnen met een Philips Mignon, een draagbare pick­up voor singletjes die ruim vijftig jaar geleden op de markt kwam.
 
 
"Nee, het is geen tosti-ijzer maar de Philips Mignon van mijn opa", lacht Nellie van Tilburg. "Die heeft hij jarenlang gebruikt om plaatjes te draaien."

Philips bracht in 1957 de Philips Mignon 'platenslikker' op de markt: een apparaat ter grootte van een autoradio waarmee je 45­toerenplaatjes kon draaien. De Mignon was volautomatisch: je stak een singletje een stukje in een gleuf aan de voorkant waarna het apparaat het plaatje verder naar binnen 'slikte' en vervolgens afspeelde. Na het afspelen kwam de single vanzelf weer naar buiten.

'Ik zie mijn opa nog zitten, in de huiskamer'
In 1959 werd op de Hannover autobeurs de Philips Car Mignon Plattenschlucker gepresenteerd. Die kon worden ingebouwd in auto's. "Mijn opa was bijna blind waardoor hij geen gewone platenspeler kon bedienen", vertelt Nellie. "Hij kon de naald niet op de juiste plek boven de plaat hangen. Met de volautomatische Mignon had hij dat probleem niet. Hij hoefde alleen op de tast een singletje in de gleuf te stoppen waarna het werd afgespeeld en na afloop weer uit de gleuf floepte. Ik zie hem nog zitten in de huiskamer. Naast de radio met zijn Mignon binnen handbereik. Zo zat hij samen met mijn oma vaak uren achtereen muziek te luisteren."
 
 
Cees van Tilburg haalt de ruim vijftig jaar oude Philips Mignon van Nellie's opa uit een plastic draagtas. Dan blijkt hoe vernuftig het apparaatje eigenlijk was. Niet alleen volautomatisch, maar ook met een ingebouwd borsteltje om de naald stofvrij te houden. "Het is net een draagbare cd-speler maar dan voor singletjes", vindt Cees.

Navraag bij het Philips Museum leert dat de Philips Mignon niet zo bijzonder is als ze hadden gehoopt. "Er zijn er nog veel van en worden via internet regelmatig voor enkele tientjes te koop aangeboden", zegt een medewerker. "Ach", zegt Nellie van Tilburg, "De herinneringen die ik er aan heb, zijn onbetaalbaar."
 

^ top
 
 
^ top
 

MIJN PHILIPS: HET BLEEK TOCH GEEN PLUMBICON

Johan van den Heuvel (78) bracht op de Mijn Philips Dag in het Philips Museum een plumbicon van een halve meter mee. Alleen bleek de grote opnamebuis bij nader inzien geen plumbicon, maar een image orthicon.
 
 
De plumbicon opnamebuis geldt als één van de vele grote uitvindingen van Philips en wordt door velen beschouwd als één van de kroonjuwelen van het concern. De opnamebuis voor kleurentelevisie werd vanaf 1960 tientallen jaren lang wereldwijd gebruikt in draagbare- en studiocamera's.

"Zonder plumbicons zou er geen of veel later kleurentelevisie zijn geweest", stelt Eindhovenaar Johan van den Heuvel (78). Hij werkte veertig jaar op de plumbicon-afdeling van Philips in Eindhoven op industrieterrein de Hurk en daarvoor in de wijk Drents Dorp. De grote plumbicon ­buis die hij bij zich heeft, kreeg hij twintig jaar geleden van een oud­-collega. "Die had er een heleboel thuis staan. Afgekeurde exemplaren, grote en kleine", vertelt hij. Het merendeel van de bij Philips geproduceerde plumbicon buizen was voor Amerika bestemd, weet Van den Heuvel.

Terwijl Van den Heuvel zijn verhaal doet, schuift oud­-Philipscollega Ad Franken bij het tafeltje aan.
  • "Ah, een image orthicon", luidt zijn deskundige oordeel.
  • "Geen plumbicon?", vraagt een verbaasde Johan van den Heuvel.
  • "Nee, wat de plumbicon voor kleurenopnames was, was de image orthicon voor zwart-witopnames", legt Franken uit.
En hij knoopt er meteen een anekdote aan vast. "Eén van mijn taken was de eindcontrole van plumbicons en image orthicons. Je moest de glazen buis met daarin het technische binnenwerk op en neer schudden. Hoorde je een rammel, dan was de buis niet goed. Onze chef deed soms steekproeven en op een dag kwamen alle door ons goed bevonden buizen retour: de chef had er zelf ook mee geschud en bij elke buis een rammel gehoord en ze dus alsnog allemaal afgekeurd. Later bleek dat zijn manchetknoop bij het schudden tegen de buizen had 'gerammeld'."

Na dit leerzaam intermezzo vertelt Jan van den Heuvel verder over zíjn plumbicon-verleden: "Ik was één van de eersten op de plumbicon-afdeling en veertig jaar later ook één van de laatsten. Je zou kunnen zeggen dat ik er het licht heb aangedaan en ook weer uitgedaan." En zijn halve meter hoge plumbicon, eh, image orthicon? "Die neem ik gewoon weer mee naar huis", zegt hij lachend.
 

^ top